Hemelvaart
Mijn hemel. Op een tropisch eiland lekker liggen luieren. Een rum-cola naast me, staren naar de mensen en de zee. De zon die mijn lome lijf verguldt. En verder helemaal niks. Dat is mijn paradijs. En niet van mij alleen. Gewoon genieten van het hier en nu, niets hoeven. Dat is geluk. Dat is waarvoor wij hier op aarde zijn. Om onszelf te bevrijden van het moeten, het willen, het doen, het voortdurende bezig zijn. Daarom ben ik ook een fel tegenstander van het arbeidsethos, want dat propageert het werken voor een doel, voor iets anders, voor de toekomst, voor een ander, voor de economie. De verheerlijking van de arbeid is dan ook vaak een groot struikelblok geweest in mijn omarming van het socialisme. Omdat arbeid helemaal niet adelt maar ons bindt aan de aarde, aan materie en aan geld, en ons allesbehalve in het hier en nu doet leven.
‘Eerst je school afmaken,’ zei mijn moeder, mijn smachten naar ongebreidelde creativiteit en expressie vooruitschuivend als wat tegenwoordig een linkse hobby heet. Want daarna moest ik eerst mijn studie afmaken. En daarna moest ik eerst een baan vinden. En daarna moest ik eerst een gezin stichten. En daarna moest ik eerst voor kinderen zorgen. En zo blijf je dus bezig met rechtse hobby’s als aan de slag blijven, werken, iets doen voor de kost, knokken, vechten en doorpakken. Ergo: nooit toekomen aan dat waar het leven voor bedoeld is: het paradijs vinden in het hier en nu, gewoon genieten van het leven, lanterfanten. Het calvinistische arbeidsethos is voor mij dan ook alles behalve spiritueel te noemen. Ja, dat stelt zelfs alles in het werk om te voorkomen dat je het geluk in jezelf vindt. Stel je voor! Dan kunnen we alle bijbels wel in de papierversnipperaar doen en dominees in de bijstand stoppen.
Laat mij maar lekker slenteren langs lange stranden. Ja, natuurlijk moet er brood op de plank, maar het echte brood, het echte werken ontspringt alleen uit spontaniteit. Het ideaal van het nietsdoen wordt vaak bestreden met het argument dat er helemaal niets gebeurt als je maar een beetje in je zwemslip ligt te luieren en met het mulle zand ligt te spelen. Maar dat is onzin, want pas dan en alleen pas dan borrelen in je lijf en ziel juist die dingen op die echt willen en moeten gebeuren. Het echte werk kan alleen ontspringen uit de bron van het nietsdoen, van ontspanning, van acceptatie. Alleen werk dat helemaal vanuit je eigen bron gebeurt – en dat is voor mij per definitie creativiteit – heeft kwaliteit, is waardevol. De rest is namaak, geforceerd, onbezield. Iets doen of maken alleen maar omdat het moet of omdat het zo hoort of omdat je anders niet overleeft. Maar wat is leven zonder ziel, leven alleen om te werken? Echt goed werk is niet iets dat je doet, maar iets dat je niet kan nalaten.
Mijn hemel. Die is er gewoon al. Het idee dat we niet al lang in de hemel leven is ons aangepraat door priesters en politici, bij wie het altijd weer meer en beter kan. Ik hoef dan ook helemaal niet naar de hemel te varen, omdat ik allang in dat heerlijke zinloze Niets ben. Het is alleen een kwestie van goed opletten. Even alle oordelen opzij zetten en gewoon om je heen kijken. Het strand, het zand, de schelpen, de zee, de blauwe lucht, de felle zon – aarde, water, lucht en vuur zijn al overal om je heen. Alles is allang compleet zoals het is. De hemel is allang op aarde.
Ja, ik weet het. Er zijn mensen die daar heel anders over denken. Maar toch is het mijn overtuiging dat het godslastering en arrogantie is om te beweren dat er ergens in de kosmos ook maar iets gebeurt dat niet goed, lelijk of verkeerd zou zijn. Want dat het een rotzooitje is, is ook maar bedacht, ingefluisterd door een stemmetje dat graag zegt dat iets anders zou moeten zijn als het is. Er is immer nog steeds lijden en pijn! Maar zijn dat ook niet oordelen, illusies? Hoe erg is honger als je geniet van het knorrende gevoel in je maag bij het afvallen? Hoe uitputtend is pijn als je afziet voor sportieve prestaties? Bestaat pijn eigenlijk wel? Wat blijft ervan over als je het accepteert, als je je weerstand ertegen verliest en de pijn gewoon pijn laat zijn? Geldt niet ook hier dat uiteindelijk alleen het hier en nu verlossing brengt? Wellicht zal ik zelf op de stoel bij de tandarts ook vragen om mij deze tekst nog eens voor te lezen, maar dat zegt meer iets over mij dan over het waarheidsgehalte van deze woorden.
Mijn hemel. Natuurlijk ga ik me op gegeven moment vervelen. Dat snap ik trouwens nooit bij al die verhalen die over de hemel worden verteld. Alsof daar eeuwig altijd alles goed zou zijn en je daar nooit genoeg van krijgt. Maagden in overvloed. Engelengezang dat je je oren uitkomt. Wolven en schapen die het met elkaar doen. Dat kan een tijdje leuk zijn, maar heeft iemand er ooit bij stilgestaan hoe lang dat eeuwige eigenlijk duurt? Want dat duur zo lang, dat je op gegeven moment er alles voor over hebt om in godsnaam weer terug te mogen naar de aarde! Waar je dan begint te ontdekken dat je de hemel nooit zult vinden als je hem niet in jezelf vindt. Dat je voor je geluk geen voorwaarden aan anderen en je omgeving kan stellen. Dat het dan niets meer uitmaakt waar je bent, omdat gelukkig zijn jouw keuze is voor een zieletoestand. Dat je zelfs middenin een ellendige wereld voor je eigen hemel mag opkomen, voor geluk durft te kiezen, van het leven mag genieten. Opdat er tenminste van jou iets van een licht, van een andere wereld uitstraalt dat uiteindelijk het enige is dat een mens goed kan doen en dat mensen goed kan doen.
Na deze mooie woorden geschreven te hebben ga ik nu even lekker de tuin in. In de zon. Wellicht onder hevig gekwetter van ruziënde vogels in de kastanje. In steek een sigaartje op en zie dat het goed is. Dan ben ik even God en hoef ik niet naar de hemel te varen omdat ik daar allang ben.
n.b. Niets doen betekent voor mij niet nietsdoen. Maar datgene doen – ik kan beter schrijven: ‘laten gebeuren’ – dat spontaan, intuïtief in je opkomt, dat gedreven wordt uit liefde en compassie in plaats van uit opgedrongen noodzaak of plicht. Voor mij is veel van al dat gewerk om ons heen een vlucht. Een vlucht uit de ledigheid, zinloosheid en verveling die ontstaan uit angst om de confrontatie met je eigen kern aan te gaan. Het ego wil steeds afleiding, bezig zijn en zoekt afleiding om maar niet met existentiële ervaringen en vragen geconfronteerd te hoeven worden. Knokken voor minderheden of voor de rechten voor de mens lijken me geen ‘werk’ dat uit een arbeidsethos is ontstaan, maar een spontane, menselijke actie die voortkomt uit iets dat boven de persoon, boven het ego uitstijgt. Ik moet trouwens wel toegeven dat ik ook vaak actievoerders met veel ego ben tegengekomen, en dat ik dan grote vraagtekens zette bij de mensen die zo trots zijn op hun sociale engagement. Of spirituele engagement, want in die wereld komt het zeker niet minder voor.
bron: www.satyamo.nl
2 juni 2011
